Tijdens het afvallen is er eigenlijk maar één zaak belangrijk: het vetpercentage verlagen. Personen kijken te vlug naar het gewicht. Dagelijks staan ze op de weegschaal in de hoop dat er wat grammen weg zijn. Het feit is dat het gewicht dagelijks schommelt. Ook maakt die weegschaal maakt geen onderscheid tussen vetmassa en spiermassa en is bijgevolg niet echt een goed meetinstrument. Enerzijds het vetpercentage verlagen en anderzijds spiermassa kweken moeten dan ook de doelstellingen zijn tijdens het afslanken. Laten we dit eens wat gedetailleerder bekijken:

Op bovenstaand plaatje hebben beide personen hetzelfde gewicht. Echter, de één zijn vetpercentage in 30. De gespierde man moet het doen met ongeveer 10%. Beiden hebben ze ook een BMI van 33.9. BMI en weegschaal zijn dus niet echt geschikt om uitspraken te doen over een zeker persoon. Vergeet dus die weegschaal en laat per maand eens het vetpercentage meten. Het is redelijk ingewikkeld en om fouten te vermijden laat u dit best doen door een persoon met kennis van zaken. Iemand van de fitness of een arts kunnen daar zeker een handje bij helpen.
Neem nu bijvoorbeeld een crashdieet. Na een maand ben je wel 10 kilogram verloren. Echter, wat is die 10 kilogram. Grotendeels vocht, spiermassa en een klein deel vet. Dat is natuurlijk niet hetgeen wat men moet bereiken. Via sport en gezonde voeding kan men ook 10 kilogram afslanken. Hier zal het verloren gewicht wel grotendeels vet zijn.
Ook interessant!